Projectontwerp

Bij projectontwerp zijn meerdere partijen betrokken en dit zijn vaak trajecten die voor uitbreidingslocaties in gemeenten worden ontworpen. Of bij dorps en stadsvernieuwing.

De volgende partijen hebben een rol binnen een projectteam die verantwoordelijk is voor de realisatie. 

Lees verder >>

Bij projectontwerp zijn meerdere partijen betrokken en dit zijn vaak trajecten die voor uitbreidingslocaties in gemeenten worden ontworpen. Of bij dorps en stadsvernieuwing.

De volgende partijen hebben een rol binnen een projectteam die verantwoordelijk is voor de realisatie. 

Architect

Met architect wordt in het algemeen een ontwerper van gebouwen bedoeld, die dit ontwerp visualiseert (op tekening zet) en de verwerkelijking van dit concept technisch en administratief begeleidt.

Constructeur

In de bouw creëert/ontwerpt de architect een ruimte (space) en geeft vorm aan een bouwwerk.

De constructeur wordt vervolgens ingeschakeld om de draagconstructie (skelet v.d. constructie) ervan te ontwerpen en door te rekenen. De constructeur zal het bouwwerk eerst als het ware uitkleden, zodat alleen de dragende delen - kolommen, balken, vloeren en wanden - overblijven. Vervolgens zal hij de materialen kiezen die hij voor de draagconstructie wil gebruiken. Bekende materialen zijn beton, staal, hout en metselwerk. Na deze voorbereidende werkzaamheden maakt hij de draagconstructie toegankelijk voor berekening. Een constructeur ontwerpt en toetst de constructie door middel van schematisering van de ontwerpen. Deze schematisering van de draagconstructie stelt de constructeur in staat aan te geven hoe het krachtenspel in de constructie zich zal afspelen.

Bouwfisica

Bouwfysica is ‘de fysica van de gebouwde omgeving’. Deze betreft de fysische aspecten van de gebouwde ruimte en van gebouwconstructies en installaties. De fysische aspecten zijn licht, warmte, lucht, vocht en geluid.

De gebouwde ruimte omvat zowel de door mensen gecreëerde buiten- als de binnenruimte. Het gaat dan om de gebruiksprestatie van de ruimte voor zover het de genoemde fysische aspecten betreft.

Onder gebouwconstructies verstaan we in het bijzonder de scheidingsconstructies. Het gaat dan enerzijds om de prestaties die de constructies leveren in de instandhouding van een gewenst fysisch binnenmilieu (en de hoeveelheid energie die daarmee gemoeid is) en anderzijds om fysische prestaties met betrekking tot de instandhouding van de constructies zelf.

Voor de instandhouding van het binnenmilieu worden doorgaans, naast bouwkundige middelen, ook installaties ingezet. Het ontwerpen van deze installaties behoort niet tot de fysica van de gebouwde omgeving. Wel behoort het tot de fysica van de gebouwde omgeving om de fysische prestaties ervan vast te stellen, een en ander in een juiste balans met de fysische prestaties van de scheidingsconstructies.

Begrip  EPC: EPC kan verwijzen naar: Energieprestatiecoëfficiënt , een indexgetal dat de energieprestatie van nieuwbouw weergeeft. De energieprestatiecoëfficiënt van een woning drukt de energetische prestatie van een woning uit.

De energieprestatie van een woning gaat alleen over het gebouwgebonden energiegebruik. Dat is de energie die nodig is voor het verwarmen of koelen van het binnenklimaat, het warm tapwater en de verlichting.

De energieprestatie gaat niet over het overige huishoudelijk energiegebruik zoals nodig voor koken, wassen, koelkast, en andere apparatuur. Bovendien is uitgegaan van een referentiejaar voor het buitenklimaat en een standaard bewonersgedrag. De werkelijkheid wijkt meestal sterk af van deze uitgangspunten. Daardoor zal het genormeerde berekende energiegebruik meestal niet overeenkomen met wat bewoners op hun gas- en elektriciteitsmeter aflezen. Immers ieder jaar is het buitenklimaat anders en iedere bewoner stookt anders en gaat anders om met zijn woning. Bovendien zitten er een aantal afrondingen in de norm om er voor te zorgen dat de norm nog hanteerbaar is.

De energieprestatie-eis zegt alleen iets over de minimale energetische kwaliteit waaraan een woning moet voldoen. De indiener van een bouwaanvraag voor een woning mag zelf bepalen met welke maatregelen aan de eis wordt voldaan: extra isoleren, betere installaties of de toepassing van duurzame energie.

Een belangrijk principe van de prestatienorm is, dat ongeacht het type, de vorm, of, de grootte van de woning, dat gelijksoortige maatregelen tot min of meer de zelfde prestatie leiden. Anders uitgelegd: grote woningen of woningen met veel dak- of geveloppervlak mogen dus meer energie gebruiken om aan dezelfde prestatie-eis te voldoen als kleine compacte woningen.

Milieuaspecten

 

Asbest sanering + inventarisatie voor 1995

Voordat asbest verwijderd wordt, moet een asbestinventarisatie gemaakt worden. Of asbest moet worden verwijderd is afhankelijk van de wijze waarop het asbest gebonden is in het materiaal. Hechtgebonden asbestkan meestal beter blijven zitten. Dit materiaal levert geen gevaar op als het in goede staat verkeert en niet wordt bewerkt. Of er in het geval van losgebonden asbest (of: niet-hechtgebonden asbest) maatregelen nodig zijn, hangt af van het feit of het materiaal al dan niet is afgeschermd. Verder speelt de afweging een rol of het asbest zich op een plaats bevindt waar regelmatig mensen komen.

In Nederland staat het de eigenaar van een gebouw vrij te beslissen over wel of niet verwijderen van asbesthoudend materiaal. Indien tot verwijdering van asbest wordt besloten, moet men zich houden aan de regels die door het Asbest-verwijderingsbesluit en de gemeentelijke bouwverordening zijn gesteld. In de meeste gevallen is voor het verwijderen van asbest toestemming van de gemeente nodig. Er gelden strenge voorschriften voor het verwijderen van asbest. Het niet volgens de voorschriften verwijderen van asbest is vaak een stuk gevaarlijker dan het laten zitten van dit materiaal. Op het niet volgens de voorschriften verwijderen zoals hierboven genoemd staan dan ook hoge boetes.

In Nederland dient alle asbestafval gestort te worden. Asbest valt onder de ‘gevaarlijke afvalstoffen’ en mag alleen gestort worden op een gespecialiseerde stortplaats. Er bestaan in Nederland vier stortplaatsen die gevaarlijk afval accepteren.

Volgens het rapport Naleving Asbestregels dat in opdracht van de ministeries van sociale zaken en van milieu in 2009 werd opgesteld, gebeurt veel verwijdering van asbest illegaal en worden de wettelijke voorschriften sterk onvoldoende nageleefd. De Rekenkamer constateerde in 2007 al dat de controle erop grote tekortkomingen vertoont. Ook is onduidelijk waar het merendeel van het verwijderde asbest blijft.

Duurzaam

Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen, aldus de definitie van de VN-commissie Brundtland uit 1987.

Duurzaamheid gaat over de schaarste van de hulpbronnen waarmee welvaart wordt voortgebracht, zowel nu als in de toekomst. De oppervlakte van de aarde is eindig; grondstoffen kunnen op raken; en de opnamecapaciteit van de atmosfeer en onze natuurlijke omgeving kent haar grenzen.

De termen duurzaamheid en duurzaam gebruik komen van oorsprong uit de bosbouw. Later zijn ze ook in de visserijbiologie gebruikt. In beide gevallen was de betekenis verwant met begrippen uit de ecologie. Het ging er om de natuur zodanig te beheren dat de natuurlijke structuren en processen niet principieel werden aangetast. Concreet: aan visgronden en bossen mocht niet méér vis of hout worden onttrokken dan er door natuurlijke aanwas vanzelf weer bij zou komen. Het respecteren van deze ‘gebruiksruimte’ betekent dat ook toekomstige generaties er gebruik van kunnen blijven maken.

Bij duurzame ontwikkeling is dus sprake van een ideaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen. Alle ontwikkelingen die op technologisch, economisch, ecologisch, politiek of sociaal vlak bijdragen aan een gezonde aarde met welvarende bewoners en goed functionerende ecosystemen zijn duurzaam.